Sargentini wint Prinsjesprijs

Prinsjesprijs 2019 gaat naar drie oud-Europarlementariërs

Trouw, 12 september 2019

Drie oud-Europarlementariërs winnen dit jaar de Prinsjesprijs, bedoeld door politici die ‘in optreden of handelen van bijzondere betekenis zijn voor de vitaliteit van de parlementaire democratie’. Het zijn Judith Sargentini (GroenLinks), Hans van Baalen (VVD) en Wim van de Camp (CDA).

Drie oud-Europarlementariërs winnen dit jaar de Prinsjesprijs, bedoeld voor politici die ‘in optreden of handelen van bijzondere betekenis zijn voor de vitaliteit van de parlementaire democratie’. Het zijn Judith Sargentini (GroenLinks), Hans van Baalen (VVD) en Wim van de Camp (CDA). 

De Prinsjesprijs wordt jaarlijks uitgereikt tijdens het Prinsjesfestival, een ‘feest van de democratie’ in de aanloop naar de derde dinsdag van september. Juryvoorzitter Frans Weisglas, voormalig voorzitter van de Tweede Kamer, maakte de winnaars gisteravond bekend. Volgens de jury verdient dit drietal de prijs voor hun ‘welhaast monumentale parlementaire arbeid’.

Vorige winnaars zijn bijvoorbeeld CDA’er Pieter Omtzigt, VVD-coryfee Jozias van Aartsen en de (inmiddels vertrokken) Kamerleden Angelien Eijsink (PvdA), Sharon Gesthuizen (SP) en Helma Neppérus (VVD). Steeds ging het om mensen die hun sporen hebben verdiend op het Binnenhof. De jury wijkt dit jaar uit naar het Europees Parlement, volgens Weisglas een ‘ondergeschoven kind van de vaderlandse politiek en pers’.

Sargentini heeft recht op de prijs, aldus de jury, voor haar rapport over de stand van de rechtstaat in Hongarije, ‘een uitzonderlijke prestatie’. Weisglas: “Een dergelijk rapporteurschap verdient vanuit parlementair perspectief bijzondere waardering, gericht als het is op belangeloos compromis in plaats van partijbelang”.

De jury noemt Van Baalen ‘een nietsontziend parlementariër’, iemand die ‘een belangrijke Nederlandse vinger aan de pols hield’ op het gebied van defensie en buitenlandse betrekkingen.

Over Van de Camp: “Als motorgek volksvertegenwoordiger is hij een van de Europarlementariërs die het meest hebben gedaan om contact met de kiezer te leggen en Brussel naar Nederland te brengen.” 

Advertenties

Fier rechtop voor de goede zaak. Utopie volgens Judith Sargentini en Hans Achterhuis

Groene Amsterdammer, 10 juli 2019. Tekst Marcel ten Hooven, beeld Bob Bronshoff , verschenen in nr. 28-29

Een politicus kan mensen hoop bieden, niet met utopieën maar met wetten die de wereld beter maken. Zo ziet Judith Sargentini (GroenLinks) haar taak. Volgens filosoof Hans Achterhuis kan de ideale wereld van utopisten leiden tot een dictatuur.

‘Happyhappyjoyjoy, zou dat geen toepasselijker ontmoetingsplek zijn geweest?’ Met deze binnenkomer meldt Judith Sargentini zich voor haar ontmoeting met filosoof Hans Achterhuis op het terras in de schaduw van het Lloyd Hotel in Amsterdam-Oost. Op weg naar haar afspraak fietste de GroenLinks-politica langs een vestiging van de Aziatische streetfoodketen. De geforceerde vrolijkheid in de naam Happyhappyjoyjoy wekte bij haar de associatie met het onderwerp dat zij met Achterhuis zal bespreken: hoe kun je nog vertrouwen in de toekomst terwijl je dagelijks wordt ondergedompeld in de stroom slecht nieuws over de wereld? En: hoe kan de politiek aan dat vertrouwen bijdragen?

Sargentini koos twintig jaar geleden voor de politiek in de overtuiging dat politici mensen hoop kunnen bieden op betere tijden, mits ze hun vak ernstig nemen en niet louter met een showtje naar de kiezersgunst hengelen. Op 1 juli zwaaide ze na tien jaar af als lid van het Europees Parlement. Ze heeft veel moeten trekken en sjorren, soms jaren geduld moeten betrachten voor ze resultaat kon boeken en meestal zuchtend en steunend met minder genoegen genomen dan ze wilde, maar desondanks is haar vertrouwen in de politiek als middel om het bestaan van mensen te verbeteren ongeschonden.

‘Als politicus’, zegt Sargentini, ‘kun je die hoop bieden door je niet alleen te gedragen als een commentator aan de zijlijn en alles af te branden wat je niet bevalt, maar te laten zien dat je wel degelijk wat kunt veranderen. Wat je dan ook mag laten zien is dat je er wakker van hebt gelegen, dat je hebt gewikt en gewogen, dat je hebt besloten toch ja te zeggen tegen een compromis omdat het in ieder geval een stap in de goede richting is. Als je alleen genoegen neemt met het onderste uit de kan en weigert vuile handen te maken, dan kom je niet in gewetensnood, nee, alleen moet je dan wel concluderen dat je dan ook die stap in de goede richting nooit zult maken. Ik vind dat een decadente houding: eigenlijk neem je je eigen verhaal niet serieus als je er geen enkele actie aan wilt verbinden en elk compromis weigert.

Tot de successen van Sargentini behoort de richtlijn die Europese importeurs van minerale grondstoffen verplicht hun leveranciers bekend te maken, om zo gewelddadige milities dwars te zitten die met deze handel hun wapenaankopen financieren. Mensenrechten moeten hier voor bedrijfsbelangen gaan, was Sargentini’s argument. Haar meesterstuk voltooide ze vorig jaar: met haar kritische rapport over de afbraak van de democratie en de rechtsstaat in Hongarije wist ze in het Europees Parlement een tweederde meerderheid te verwerven voor een strafprocedure tegen het regime van de Hongaarse premier Viktor Orbán.

Hoewel Sargentini’s vertrouwen in de positieve kracht van politiek ongebroken is – ‘Ik ben een politiek dier en dat blijf ik’ – is haar desillusie over het Europese asiel- en immigratiebeleid een van de redenen waarom zij zich niet herkiesbaar heeft gesteld voor het Europees Parlement. ‘Al die jaren in Brussel heb ik dat beleid alleen maar slechter zien worden. Nóg erger proberen te voorkomen, veel meer kun je tegen de onverantwoorde politiek op dit terrein niet doen. Hier houdt mijn optimisme op. Van leidende politici in Europa vraag ik me werkelijk af: wil jij nog wel solidariteit betonen? Er is een steeds langere lijst van enge mannen in de wereld: Trump, Duterte, Bolsonaro, Modi, Orbán, Salvini. Wat de meesten onder hen gemeen hebben is dat ze de angst voor immigratie uitbuiten om er zelf politiek beter van te worden. Ikzelf vind dát angstaanjagend. Ik begrijp het ook niet: niemand wil in een dictatuur wonen, en toch helpen mensen politici aan de macht die het ’t liefst alleen voor het zeggen hebben.’

Dit is haar frustratie, zegt zij: dat politici verkiezingen winnen met het voeden van een mythe rondom migratie. Sargentini: ‘De Italiaanse vicepremier Salvini is vriendjes met Orbán. Op zich is het terecht dat Salvini de Europese Unie vraagt om solidariteit met zijn land, daar heeft hij gelijk in, want door zijn ligging is Italië een land waar een vluchteling uit Afrika al gauw terecht zal komen. Maar de laatste bij wie je dan moet wezen is Orbán met zijn dichte-grenzenpolitiek. Hij zal geen enkele vluchteling van Italië overnemen. Dus wat is dit? Dit is: het thema migratie uitmelken om verkiezingen te winnen. Met het zoeken naar een oplossing heeft het niets te maken.’

De immigratie hoeft volgens haar helemaal niet zo’n moeilijk probleem te zijn, mits de EU-landen de bereidheid zouden hebben het gezamenlijk aan te pakken. ‘Nederland doet dat redelijk netjes, maar toch: na maanden praten besloot de coalitie tot een eenmalig pardon voor een paar honderd kinderen, zij het wel in ruil voor een blijvende verlaging van het aantal vluchtelingen dat Nederland jaarlijks hervestigt uit die overbevolkte kampen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Dat aantal gaat van 750 naar 500. Wat een smerige uitruil was dat! Cynische politiek.’

In deze tijd maakt de politiek volgens Sargentini een relatief klein vraagstuk, immigratie, te groot en een groot thema, zoals de klimaatcrisis, te klein. Dat is een vorm van misleiding, zegt ze, en ook van opportunisme: niet de realiteit maar het gemoed van de kiezers is bepalend voor het standpunt. ‘Het enige wat je dan in het politieke debat kunt doen’, zegt ze, ‘is rationeel blijven, laten zien wat klopt en wat niet klopt. Maar dan nog: politiek is een emotioneel spel. Ik vind het natuurlijk vervelend dat mensen op Thierry Baudet stemmen, maar echt benauwend is als middenpartijen denkbeelden uit zijn kring salonfähig maken, door net als hij de immigratie tot een immense kwestie op te blazen en de klimaatcrisis te bagatelliseren.’

Over het thema klimaat en ecologie is even eerder in het gesprek een korzelige, om niet te zeggen venijnige sfeer ontstaan. Dat gebeurt als de indruk ontstaat dat Hans Achterhuis de ecologische crisis tot een kwestie van particulier ongemak relativeert, met de stelling dat je verdwenen plant- en diersoorten alleen zult missen als je ze zelf nog hebt meegemaakt.

‘Ik ken Friesland goed’, zegt Achterhuis, ‘en ik weet dus hoe het veenweidelandschap er ooit heeft uitgezien. In mijn ogen is het er nu vreselijk: alleen maar productiegras, veel minder weidevogels. Ik lijd aan landschapspijn, inderdaad. Maar de vraag is: krijgen wij, mensen, het slechter als de kievit en de grutto verdwijnen? Schaadt het ons als al het gras straks raaigras is? Voor mij is een weiland met alleen raaigras en zonder vogels een kaalgeslagen weiland, voor de volgende generaties gewoon een mooi groen landschap.’

‘Jij beperkt de ecologische crisis nu tot slechts een visueel probleem’, werpt Sargentini tegen. ‘Je negeert zo dat het ecosysteem in elkaar dondert.’

Achterhuis: ‘Oké, dus de ecologische diversiteit vermindert. Maar het is de vraag hoeveel wij als mensen daaronder te lijden hebben. Ik ben het radicaal oneens met collega Bas Haring als hij zegt dat plastic panda’s niet voor echte onderdoen. Biodiversiteit, bijenvolken en een gevarieerd landschap zijn voor mij hoge waarden. Ik geef hem echter gelijk dat deze waarden niet direct moeten worden verbonden met de toekomst van de mensheid.’ Sargentini: ‘Ik heb ook haast, hè: de wereld moet verbeterd worden. Alleen: wat hebben kiezers aan mijn haast als ik daardoor de politieke strijd verlies’

Sargentini: ‘Zeg jij nu dat de decimering van de bijenvolken geen probleem is voor mensen? Bijen zijn onmisbaar voor de bestuiving van gewassen. Voor de voedselvoorziening kan hun uitsterven dus rampzalig zijn. Ik snap werkelijk niet wat je nu precies wilt betogen. Jij zegt dat moderne landbouwgronden in de ogen van volgende generaties mooi groen kunnen zijn, maar als ze op den duur steeds minder voedsel opleveren, dan lijkt me dat geen groen waarmee je heel tevreden kunt zijn.’

Achterhuis blijft erbij: Sargentini overdrijft. Het lijkt erop dat hij zich heeft geschaard in het kamp van de optimisten tegen beter weten in, met wie eigenlijk geen debat mogelijk is. Ik speel met de gedachte de ontmoeting met een flauwe grap te beëindigen: nog een snelle hap bij Happyhappyjoyjoy en dan maar weer op huis aan? Maar dan geeft Achterhuis een wending aan de discussie die een voortzetting de moeite waard maakt, niet het minst omdat hij de democratie in zijn betoog betrekt.

Hij zegt: ‘Ik wil als filosoof in de eerste plaats fenomenen begrijpen en dan ook beoordelen. Wat ik weiger is om die oordelen onder te brengen in een klaarliggend schema over optimisme of cultuurpessimisme, laat staan in een algemeen doemscenario over de ondergang van de mensheid. Dat cultuurpessimisme: ik ben daar allergisch voor.’

Achterhuis vervolgt: ‘Er is een mooie, aan Pasolini toegeschreven uitspraak: als de vuurvliegjes verdwijnen, zal de mensheid ook niet lang meer overleven. Waarom? Omdat vuurvliegjes alleen in zuivere, schone lucht kunnen gedijen. Ik heb ooit in het voormalige Joegoslavië voor het eerst vuurvliegjes gezien, een wonderbaarlijk fenomeen, en als opa hoop ik dat mijn kleinkinderen ze ook nog zullen kunnen zien, evenals de bijen en het veenweidelandschap, maar ik geloof er niets van dat wij als mensheid ten onder gaan als de vuurvliegjes, de bijen en het veenweidelandschap verdwijnen. Het grote gevaar van het leggen van dat soort causale relaties is ook dat als de vuurvliegjes er straks inderdaad niet meer zijn en wij, mensen, toch gewoon goed blijken te kunnen voortleven, men snel roept dat dit soort voorspellingen onzin zijn. Ook daarom pas ik voor dat grote cultuurpessimistische ondergangsverhaal.’

Om die reden ergert hij zich aan het dilemma dat ik hem voorleg. Dat dilemma is: je ziet aankomen dat maatregelen om de wereld te behoeden voor een ecologische ramp waarschijnlijk te laat zullen komen of niet krachtig genoeg zullen zijn. Dat kan bij mensen die tot wanhoop zijn gedreven het verlangen naar een ecologische dictator wekken – een regime dat de volmachten krijgt om alles te doen wat de deskundigen voor het behoud van de wereld nodig achten, op grond van de vrees dat de democratie niet tot het vereiste, drastische optreden in staat is. Het alternatief is de ramp af te wachten en de maatregelen te nemen die met behoud van de democratie maximaal haalbaar zijn, in de hoop dat het zal meevallen. Een keuze tussen de duivel en Beëlzebub.

‘Ik weiger die keuze!’ roept Achterhuis. ‘Mijn collega Lucas Reijnders, een oude bekende, was in het verleden zo mogelijk nog pessimistischer dan uw vraag suggereert, maar wat ik wel van hem heb geleerd is dat een dictatuur nog minder goed in staat is de milieuproblematiek te bestrijden dan onze onvolmaakte democratie. Ik had linkse vrienden die betoogden – het was nog vóór de val van de Muur – dat communistische regimes krachtdadiger op milieudreigingen konden reageren. Met kennis van zaken liet Lucas mij zien dat zij zich vergisten: het milieu stond er onder het communisme veel slechter voor dan in de kapitalistische democratische samenleving. Amartya Sen heeft een analoge redenering over hongersnoden. Hij liet zien dat zich geen grootschalige hongersnoden voordoen in landen met een vrije pers die misstanden aan de kaak stelt. Mijn hoop is dat dit ook voor het milieuprobleem opgaat. Dan is er van uw dilemma helemaal geen sprake.’

Judith Sargentini zegt dat politici die hoop op beter kunnen bieden, mits zij niet de valse illusie bij de kiezers wekken dat zij ijzer met handen kunnen breken. Hans Achterhuis herkent zich daar wel in: ‘Ik ben van de school van Karl Popper: voer geleidelijk kleine maatschappelijke verbeteringen door, die je kunt toetsen en zo nodig aanpassen.’ Vandaar zijn weerstand tegen utopisch denken, een van de leidende thema’s in zijn filosofische werk. Elke utopie is een heimelijke machtsdroom, zegt Achterhuis: de wereld moet de ideale wereld zijn, maar dan wel ingericht naar jouw idealen.

De beste beschrijving van de onverbiddelijke logica van de utopie is volgens Achterhuis te lezen in Milan Kundera’s Het boek van de lach en de vergetelheid (1979). Over de redenering waarmee de communisten hun dictatuur rechtvaardigden schreef Kundera: ‘Ze hadden een grootscheeps program. Een plan voor een totaal nieuwe wereld, waarin iedereen zijn plaats zou vinden. Het is daarom geen wonder dat zij die enthousiast waren en groots dachten snel hun droom begonnen te verwezenlijken, die rechtvaardige idylle voor iedereen. Ik onderstreep opnieuw: idylle en voor iedereen. Daar is iedereen een noot in een schitterende fuga van Bach en wie dat niet wil, blijft slechts een zwarte punt, een overbodige punt, beroofd van zin, die je kan pakken en tussen je nagels stuk drukken als een vlo. Direct in het begin beseften sommigen dat de idylle hun niet lag en ze wilden het land verlaten. Omdat een idylle er echter op gebaseerd is dat de wereld voor iedereen is, bewezen zij die wilden emigreren dat ze de idylle niet erkenden en in plaats van naar het buitenland te gaan, gingen zij achter de tralies.’

‘Dat citaat geeft aan dat een utopie die voor iedereen het beste wil in een dictatuur zonder tegenspraak kan uitmonden’, zegt Achterhuis. ‘Kijk dus uit met een rechtstreekse vertaling van het moreel goede in politieke eisen. Lees Kundera: in bepaalde gevallen kan zo’n politiek van goede bedoelingen levensgevaarlijk zijn. Daarom hamerde Hannah Arendt zo op de maatschappelijke waarde van wat zij pluralisme noemt: een intensieve politieke discussie kan een samenleving sterker maken.’

Sargentini: ‘Ik heb ook haast, hè: de wereld moet verbeterd worden. Alleen: wat hebben kiezers aan mijn haast als ik daardoor de politieke strijd verlies en met lege handen sta? In een democratie moet je geduld opbrengen en incalculeren dat je niet zoveel kunt veranderen als je zou willen. Bovendien: wat kiezers in de politiek lang vinden duren en wat kort hangt nogal af van wat ze zelf van iets vinden. Staan ze aan jouw kant dan mag je in hun ogen wel eens wat sneller opereren, staan ze tegenover jou dan ben je al gauw een drammer.’ Achterhuis: ‘Ik heb studenten gehad die naar Albanië reisden en terugkwamen met de boodschap: eindelijk hebben we het ideaal op aarde ontdekt’

Als voorbeeld noemt Sargentini de Europese wet die mijnbouwbedrijven en oliemaatschappijen als Shell, BP en BHP Billiton tot meer openheid verplicht over hun betalingen aan de overheden in de landen waar ze boren en delven. Actiegroepen en maatschappelijke organisaties in die landen hebben daarmee een drukmiddel om de eigen regering ter verantwoording te roepen over haar uitgaven: hoeveel geld belandt in de zakken van corrupte functionarissen en hoeveel komt ten goede aan de bevolking? Als medewerker van de anti-apartheidsorganisatie Niza was Sargentini van meet af aan, sinds 2002, betrokken bij de internationale campagne (Publish What You Pay) om Europa tot deze wetgeving te bewegen, maar het duurde zo’n tien jaar voor het Europees Parlement gehoor gaf.

‘Tien jaar, dat klinkt lang, maar dat is het niet’, zegt ze. ‘Je hebt te maken met grote economische belangen, met machtige multinationals, met internationale tegenlobby’s, met rechtse politieke krachten die zeggen: al die extra administratieve druk is vervelend en lastig voor bedrijven als deze, die de motor van onze economie zijn. Dus tien jaar, dat is eigenlijk behoorlijk vlot voor het mentale en politieke veranderingsproces waarin je geleidelijk de vereiste meerderheid in het Europees Parlement tot stand brengt.’

Sargentini moest het uiterste van haar politiek-strategisch inzicht vergen om de vereiste tweederde meerderheid achter een strafprocedure tegen het regime van de Hongaarse premier Orbán te verwerven. Het grootste struikelblok dat zij moest wegruimen lag in de fractie van de christendemocraten, waarvan Orbáns partij deel uitmaakt: hoe kreeg zij hen zo ver dat zij tegen leden van de eigen politieke familie zouden stemmen? Ze begon deze expeditie met gesprekken waarin zij christendemocratische medeparlementariërs de nieren proefde, mede op basis van een Excelsheet waarop zij met kleurencodes hun vroegere stemgedrag had geregistreerd in kwesties waarin democratie en rechtsstaat in het geding waren. Een complicerende factor was dat hun fractieleider, csu’er Manfred Weber, in die tijd nog graag met zijn geestverwant Orbán op de foto ging.

‘Belangrijk was niet te snel te handelen’, vertelt ze, ‘soms zelfs op de rem te trappen. Wat je dan doet is nog maar eens om een extra onderzoekje vragen, of op een nadere nota aandringen, maar het uitstel dat je daarmee beoogt is wel ergens goed voor: het bouwen aan de meerderheid.’ Ze stond nogal onder druk van Weber om het parlement in december 2017 te laten stemmen over de bevindingen over de Hongaarse rechtsstaat, vier maanden vóór de Hongaarse verkiezingen. Wat hij volgens Sargentini ongetwijfeld wist was dat het rapport dan zou worden weggestemd: zo vlak voor de verkiezingen je Hongaarse fractiegenoten afvallen zou wel een heel hardvochtige daad van de christendemocraten zijn.

Ze vertelt: ‘Gelukkig had ik schaduwrapporteurs naast mij die uitstekend functioneerden, juist ook bij de christendemocraten. Zich hardop publiekelijk uiten, dat deden ze niet, maar ze hielpen enorm. Zij begrepen die tactiek van mij uitstekend, in tegenstelling tot de liberalen, die vonden: informatie verzamelen, nietje erdoorheen en stemmen. Die wilden gewoon graag laten zien, vermoed ik, dat we actie ondernamen, maar dan was die tweederde meerderheid er niet geweest en dat zou in de publieke opinie dan mijn schuld zijn. Zelfs een zo ervaren en strategisch denkende collega als Sophie in ’t Veld had die tactiek niet door. Ik snap het werkelijk niet.’

Het was voor Sargentini dus noodzakelijk de cruciale stemming over een strafprocedure tegen het regime van Orbán over de Hongaarse verkiezingen van april 2018 heen te tillen. ‘Gelukkig heb je als rapporteur de ruimte om gewoon te zeggen: het is mijn rapport en niemand kan mij dwingen haast maken. Je moet dan wel zware morele en politieke druk weerstaan, maar het kan. Om die druk te laten afnemen ga je dan laten zien dat je druk met je onderzoek bezig bent, dus je belegt nog een paar bijeenkomsten, je organiseert publieke hoorzittingen, je nodigt wetenschappers uit die nog eens uit de doeken doen waarom het ernstig is wat er in Hongarije gebeurt. Mijn moeder zou dat lijntrekken noemen, maar het is ook gewoon nuttig. Je vergaart nieuwe informatie én je laat publiekelijk zien dat je er niet op uit bent de christendemocraten eens effe lekker te pesten of een hak te zetten, nee, dat je juist hecht aan een zorgvuldig proces, opdat het parlement ook een zorgvuldig besluit kan nemen.’

Haar conclusie is dat de politiek het publieke cynisme dat ten aanzien van haar heerst het best kan bestrijden door met concrete resultaten mensen hoop op betere tijden te bieden. Met de wet die mijnbouwbedrijven en oliemaatschappijen tot meer openheid dwingt over de betalingen aan overheden in de wingebieden, geeft Europa de burgers daar een steun in de rug in hun strijd tegen malafide politici en corruptie. Dankzij de strafprocedure tegen het regime-Orbán weten oppositionele groepen in Hongarije dat Europa hun rechtsstaat en democratie niet ongestraft laat afbreken. Dat is ook een signaal voor de bevolking in andere EU-landen, zoals Polen, waar het bewind weinig geduld heeft met rechters, een kritische pers en andere tegenmachten.

Sargentini: ‘Ik heb me geërgerd aan een nieuwe politieke partij die deelnam aan de Europese verkiezingen, Volt. Enthousiaste, jonge, pro-Europese mensen, maar hun politieke recept voor alles was ongeveer dit: als we het probleem nou maar goed bestuderen, dan zal daar logischerwijs de juiste stap voorwaarts uitkomen, de beste oplossing. Ze gingen er volledig aan voorbij dat politiek juist nodig is omdat er géén beste oplossing is. Er zijn verschillende mogelijke oplossingen, geen van alle ideaal, en in het politieke debat strijd je voor de keuze die jouw partij de beste vindt. Want als er één logische, één juiste oplossing zou zijn, dan zouden we het ook met een verlicht despoot afkunnen, nietwaar?’

Achterhuis: ‘Dankzij mijn ervaringen in de jaren zestig weet ik dat er veel kan misgaan als je in het bestaan van de ideale situatie gelooft. Dat was een van de redenen waarom ik over utopisch denken ben gaan schrijven. We wisten destijds zeker dat de ideale maatschappij mogelijk was, dat die ideaal was voor iedereen, en dat iedereen dat ook wel met ons eens zou zijn als we het maar goed uitlegden. Sommigen geloofden dat elders op de wereld die ideale toestand al was bereikt. Dat kon heel ver gaan. Ik heb studenten gehad die met een Rotterdams reisgezelschap, ik denk van de cpn, naar Albanië reisden en terugkwamen met de boodschap: eindelijk hebben we het ideaal op aarde ontdekt.’

Achterhuis zegt dat hij tegenspraak van anderen nodig heeft om zichzelf bij de les te houden. Om die reden heeft hij bezwaren tegen wat Tommy Wieringa in zijn NRC-column over optimisme schreef: ‘Het komt nu aan op radicale dienstbaarheid aan de aarde, zonder hoop op dankbaarheid of begrip van je medemens. Noem het een programma van optimisme zonder hoop – en mediteer op de betekenis hiervan.’ Wieringa vervolgt: ‘Hoewel je met kennis smart vermeerdert, is het nuttig om opgewekt te blijven, want zonder een goed humeur leg je het onmiddellijk af tegen de feitenvrije, vitale barbaren van nieuwrechts.’

Achterhuis becommentarieert: ‘Ik vind het een mooi citaat, zonder meer, maar waarmee ik het oneens ben is zijn keuze om het zonder begrip van je medemens te doen. Die dankbaarheid hoef ik inderdaad niet, maar ik heb het gesprek met anderen en hun tegenspraak nodig. In mijn eentje loop ik het gevaar vast te lopen in het eigen gelijk en blind fanatisme. Dat klinkt al een beetje door in Wieringa’s woordkeuze “barbaren” voor degenen die hij bestrijdt. Ik zou ze nooit zo betitelen, dat klinkt erg zelfgenoegzaam.’

Gevraagd naar recente ervaringen die hen optimistisch hebben gestemd, noemt Judith Sargentini een voorbeeld uit de politieke praktijk: de aankondiging van de Amsterdamse wethouder Sharon Dijksma dat de hoofdstad na 2030 alleen nog voor elektrische auto’s toegankelijk is. Dat getuigt volgens haar van een visie op een verbetering van de leefkwaliteit in Amsterdam, zet druk op bedrijven en bewoners om zich op de omslag voor te bereiden en geeft ze daar tien jaar de tijd voor. Sargentini: ‘Iedereen wakker schudden met een langetermijnvisie en dan geleidelijk daarnaartoe werken, dat is nog eens verantwoordelijk politiek optreden.’

Hans Achterhuis antwoordt met een voorbeeld uit zijn persoonlijke leven. Enkele dagen voor het tweegesprek met Sargentini was hij bij de begrafenis van een oude vriendin. ‘Marjan. 89 is zij geworden. Lange tijd was ze actief in de Rooie Vrouwen. Op de rouwkaart stond een dichtregel van Henriëtte Roland Holst: Wij leerden fier rechtop te staan.’ Dáár wordt hij nou optimistisch van, zegt hij, van een beweging als #MeToo, waarin vrouwen met nog meer fierheid rechtop zijn gaan staan.

Hans Achterhuis

Hans Achterhuis (76) is emeritus hoogleraar filosofie aan de Universiteit Twente. In zijn werk verbindt hij het denken van de grote filosofen met maatschappelijke vraagstukken rond bijvoorbeeld ontwikkelingshulp, welzijnswerk (De markt van welzijn en geluk, 1979), de milieuproblematiek (Het rijk van de schaarste, 1988), totalitarisme (De erfenis van de utopie, 1998) en neoliberalisme (De utopie van de vrije markt, 2010.) Zijn laatste boek is Coetzee, een filosofisch leesavontuur (2019). In 2003 won hij de Pierre Bayle Prijs voor de cultuurkritiek en in 2009 en 2011 de Socratesbeker voor Met alle geweld en De utopie van de vrije markt.

Judith Sargentini

Judith Sargentini (45) was tot 1 juli voor GroenLinks lid van het Europees Parlement, waarvoor zij in 2009 werd gekozen. Daarvoor zat zij in de gemeenteraad van Amsterdam (1999-2009). Zij werkte voor organisaties die voortkwamen uit de anti-apartheidsbeweging, eerst voor het European Network for Information and Action in Southern Africa en nadien (2003-2007) voor het Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika (Niza).

Development cooperation and the new European Parliament.

Judith Sargentini, ECDPM Great Insights magazine, Spring/Summer 2019 Special Edition (Volume 8, Issue 2 & 3). 13-6-2019

Dear Europe, dear members of the European Parliament,

After two terms in the European Parliament, the moment has come for me to pack my boxes, archive my files and close the door behind me. These have been ten incredibly interesting years. I look back with gratitude and some pride to several achievements in which I played a role, for example, on anti-money laundering, conflict minerals and of course the report on the rule of law in Hungary. The European Parliament is a place where you can make great things happen. It is technical work, it is law-making and it is politics.

It is disheartening though to see that some of the other topics I worked on relentlessly for these ten years made no progress at all. In some cases, you could even argue they moved in the wrong direction. I refer to asylum and migration policies of course. Here, things have not improved, and the political debate has hardened over the past ten years.


The Challenges of migration

In December 2016, I wrote a blog for ECDPM on the challenges of migration. It was the year after the height of the ‘migration crisis’ and the EU was still very much in crisis management mode. Today, I stand by the analysis of the EU’s response that I made back then: “The EU is moving away from policy coherence for development towards a strategy where development is used for policy coherence. A lose-lose strategy where development goals will not be reached, migration flows will not be stopped, the European Union’s geopolitical ambitions will not be met, and our credibility towards our African partner countries might be lost.” Less development aid is going to those countries most in need and migration routes continue to become more dangerous. At the November 2017 AU-EU Summit in Abidjan, I saw with my own eyes African countries’ increasing scepticism towards the EU’s migration frames.

We need this generation of European leaders to break through the impasses, pursuing policy coherence for development, humane and evidence-based approaches to migration, and agreement on return and resettlement policies.

Now, two and a half years after that writing, migration remains a top political priority, and nearly every single European law on migration has been re-opened. The motivation for reviewing these laws – the idea that more effective laws will help us cope with the “migration crisis” – at the same time has made it impossible to agree on any of them. With the sole exception of the European Border and Coast Guard, which was successfully concluded in the very last weeks of the mandate, all pieces of asylum law remain stuck at the Council’s table. It is illustrative of the state of the Union that the European Border and Coast Guard was the only piece of asylum and migration law that could be concluded. An additional 10,000 people will help guard Europe’s borders. Yet, no agreement could be reached on a change of the Dublin Regulation, or to resettle the most vulnerable refugees from UNHCR camps to the EU. A law on how to measure and define migration statistics didn’t even make it through. Too political. Member states don’t see eye to eye. It can’t be sold at home. It is the humane approach as well as solidarity among member states that keeps losing out.


Open-ended business


I spent my last months as an MEP negotiating two important migration policies. The first, a recast of the “Returns Directive”, deals with the return of asylum seekers whose claim for asylum has been denied. Return is an integral part of any migration policy. Political parties differ widely, however, on how this should be organised, and these differences proved too big to overcome in election time. Experience shows that voluntary return is by far the most effective and financially sensible approach. Policies focused on forced returns sound tough, but fail to deliver, and due to the need for detention, are very costly. My proposals to invest in voluntary returns, to ensure sufficient legal redress options, to use detention only as a measure of last resort and to never lock up children proved too contentious. The next parliament will have to pick up this file. I urge you to follow a humane and evidence-based approach here, in line with human rights and international law.

The second policy I worked on these past months aimed to determine how foreign affairs funds can be spent in the future, under the Neighbourhood, Development and International Cooperation Instrument(NDICI). I did my best to safeguard development funds from the increasing pressure of the EU’s foreign policy interests. The foreign policy interests of the Union have become more prevalent in EU development policies, to the detriment of long-term and predictable poverty eradication. In this way, the EU is discrediting itself as a champion of a norms-, values- and rights-based world and of human rights worldwide. Think about how the EU has threatened that it will reduce trade and aid if developing countries do not take their people back, and how it sends people back to detention centres in Libya.


Urgent measures needed


The negotiations with the European Council still need to start. I am wary of the direction the member states may try to push the European Parliament and I bid you to pay close attention to this. Most important is to ensure that sufficient predictable funds remain available for least-developed countries to be spent on poverty eradication. The Lisbon Treaty’s article 208, my favourite article, calls for exactly this, as well as for policy coherence for development. Now that the member states want to increase flexibilities in the budget and spend ever more on migration and security, it will be a task for the next European Parliament to scrutinise the spending, to ensure the money goes to the right places and to monitor that other policies are coherent with development.

The new parliamentarians will have to take up all these challenges and new ones. We only have ten more years to go to achieve the Sustainable Development Goals. Also, if we want to keep global warming below 2 degrees, we need to ensure that the Paris Agreement is implemented as soon as possible. You have a chance to work on policies that make that happen over the next five years. The urgency of these goals was not felt strongly enough during my term. I sincerely hope it will be during yours. It must.


About the author

Judith Sargentini, Member of the European Parliament – Greens–European Free Alliance, 2009-2019

This article was published in Great Insights Volume 8, Issue 2 & 3 – Spring/Summer 2019 Special Edition

Europarlementariër Sargentini: ‘Europese middenpartijen hebben extreem-rechts salonfähig gemaakt’

Volkskrant interview door Wim Bossema. 20 mei 2019

Ze werd in het najaar een van de bekendste gezichten van het Europees Parlement: Judith Sargentini van GroenLinks. Haar portret prijkte op reclameborden en in tv-spotjes van de Hongaarse regering als toonbeeld van de vijandige Europese Unie.

Judith Sargentini, Europarlementarier voor GroenLinks, in 2018. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Ze had zich de toorn van de Hongaarse premier Viktor Orbán op de hals gehaald met een zeer kritisch rapport over de ondermijning van de rechtsstaat in zijn land, aangenomen door het Europarlement. Sargentini ­besloot te stoppen op het hoogtepunt en staat niet op een verkiesbare plaats bij de verkiezingen van donderdag.

Hoe staat het Europees Parlement ervoor bij uw vertrek?

‘Best in goede staat, vind ik. Dat hang ik op aan de stemming over ons onderzoeksrapport over Hongarije in september, dat de instemming kreeg van tweederde van de parlementsleden, ook van rechtse. Dat betekent toch dat zij de democratie hoog in het vaandel houden, dat zij over politieke spelletjes heen kunnen springen. In het zittende parlement zijn de meeste leden pro-Europees, dat zal na de verkiezingen anders zijn.’

Inderdaad, ondanks uw succes staan rechts-nationalistische partijen als de Fidesz van Orbán, Salvini’s Lega in Italië en zelfs de nieuwe Brexit Party van Nigel Farage in de peilingen op winst. Wat betekent dat voor het parlement?

‘Ik vind dat heel zorgelijk. Extreem-rechtse regeringsleiders als Salvini en Orbán hebben de Europese Raad al min of meer stilgelegd, omdat die niet meer tot conclusies of oplossingen kan komen, bijvoorbeeld over migratie en de rechtsstatelijkheid. Ze zullen blij zijn als het Europees Parlement in net zo’n impasse geraakt. Er zijn meer landen, zoals Roemenië, Polen en Oostenrijk, die ­debat daarover niet meer zo nodig vinden. Ik ben nu in Riga op bezoek bij de Groene Partij van Letland; er gaat hier veel goed, maar ook dit land blokkeerde een serieus debat over de rechtsstaat.’

Hoe verklaart u de populariteit van nationalistisch rechts?

‘Ik wil een appèl doen op de centrumpartijen om duidelijker stelling te nemen. Die hebben de taal van nationalistisch rechts, zoals jij dat noemt, salonfähig gemaakt door die deels over te nemen. De christendemocratische fractie, de EVP, heeft lang gedacht dat de nationalisten met pappen en nathouden wel rustig konden worden gehouden, dat het zo’n vaart niet zou lopen. Daar hebben we allemaal in ­Europa de prijs voor moeten betalen.

Het heeft wel acht jaar geduurd voor Manfred Weber, de CSU-voorzitter van de EVP, zich wilde uitspreken over onze bevindingen van de situatie in Hongarije. Dat ze nu te elfder ure Fidesz als EVP-lid hebben geschorst, wist niet uit het geheugen dat ze tot voor kort volhielden dat het allemaal niet zo erg was. Anderhalve maand voor de verkiezingen nogal halfslachtig helderheid scheppen, neemt niet weg dat ze die partij de afgelopen jaren acceptabel vonden.’

De centrumpartijen lijken nu toch meer stelling te nemen? Premier Rutte viel vorige week opeens hard de anti-Europese houding van FvD-leider Thierry Baudet aan.

‘Oké, maar daarmee maakt hij niet ongedaan wat hij eerder zei, in de sfeer van ‘als het je hier niet bevalt, dan ga je maar weg’. Op die manier heeft hij toch het taalgebruik naar de extremen laten opschuiven. Hij had het ook kunnen hebben over hoe goed de Marokkaanse Nederlanders het doen vijftig jaar na het eerste gastarbeiderscontract. Een dag of tien voor de verkiezingen kun je niet ongedaan maken dat je eerder heel onvriendelijk over nieuwkomers hebt gesproken. Dat zet geen zoden aan de dijk.’

Waar komen de kiezers van die partijen vandaan, denkt u?

‘Niet van mijn electoraat in ieder geval. Ik denk van de middenpartijen, de christendemocraten, liberalen, sociaaldemocraten. Die hebben zich niet genoeg rekenschap gegeven van de economische moeilijkheden van veel burgers. En ze hebben het gemakkelijker gemaakt voor kiezers om op extreem-rechtse partijen te stemmen door hun taalgebruik over te nemen. In Beieren dacht de oppermachtige CSU de kiezers bij de AfD weg te kunnen houden door dezelfde taal te bezigen. Een grote vergissing, bleek bij de verkiezingen van oktober: kiezers gaan dan liever voor het echte werk. Ondertussen is het taalgebruik genormaliseerd; dat draai je niet zomaar terug.’

U bent er niet bij in het nieuwe Europarlement, maar hoe moet dat met een veel grotere anti-Europese sectie?

‘Ik hoop dat de collegae die blijven of erbij komen zich realiseren dat er een tandje bij moet worden gezet. Ik begrijp dat de EVP heeft gezegd geen deals te zullen sluiten met extreem-rechtse partijen. Ik zou zeggen: houd ze eraan.’

En wat gaat u doen?

‘Ik weet het nog niet. Na twintig jaar als volksvertegenwoordiger van de gemeenteraad tot het Europarlement is het mooi geweest. Ik ben nu nog druk in de campagne voor de Europese verkiezingen. Maar ik ben niet zo’n spreker voor bijeenkomsten en debatten, niet zo van de ­beste stuurlui staan aan wal. Ik wil iets praktisch doen.’

Verdedig de rechtsstaat in heel Europa

opinieartikel, NRC 13 mei 2019

Partijpolitiek is lang boven loyaliteit aan Europese waarden gegaan, schrijft Judith Sargentini. Kies voor Europarlementariërs die in actie komen voor fundamentele beginselen van rechtsstaat en democratie.

De Hongaarse premier Viktor Orbán (rechts) heeft vice-premier Matteo Salvini van Italië (met verrekijker) op bezoek bij een hek op de grens met Servië.
De Hongaarse premier Viktor Orbán (rechts) heeft vice-premier Matteo Salvini van Italië (met verrekijker) op bezoek bij een hek op de grens met Servië. Foto Balazs Szecsodi/AFP

Nadat het Europees Parlement mijn rapport over de systematische bedreiging van de rechtsstaat in Hongarije had aangenomen, is actie om Hongarije weer op het juiste pad te krijgen uitgebleven. Zowel bij de Europese Commissie als bij de ministers van de EU-landen. Dat maakt het belangrijker dan ooit om te gaan stemmen op 23 mei. Het is cruciaal dat het nieuwe Europees Parlement bestaat uit volksvertegenwoordigers die de rechtsstaat respecteren en verdedigen daar waar die onder druk staat in onze Unie. De tijd dringt: regeringen die de rechtsstaat schenden zitten nu al aan tafel bij Europese besluiten die ook ons raken.

Strafprocedure

Een recent voorbeeld: vorige week vierde premier Orbán vijftien jaar EU-lidmaatschap door de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, Salvini, uit te nodigen samen het hek aan de Servische grens te inspecteren. Aan die grens zijn twee detentiecentra voor asielzoekers: iedere vluchteling die asiel aanvraagt, wordt daar zonder pardon opgesloten. Sinds de zomer droeg het Europees Mensenrechtenhof Hongarije al dertien keer op om het uithongeren van asielzoekers in deze centra te stoppen.

Er is niet genoeg gedaan om de ontwikkelingen in Hongarije te keren. Na de oproep van het Parlement pakte de Europese Commissie niet door. Zij startte weliswaar inbreukprocedures bij specifieke juridische problemen, maar een Artikel 7-procedure, het krachtigste instrument om het stelselmatig ondermijnen van de EU-waarden een halt toe te roepen, kwam er niet. Ook de overige 27 lidstaten zijn lange tijd stil gebleven. Het resultaat is dat Orbán vrij spel kreeg om zijn ‘illiberale democratie’ uit te rollen. Dit heeft niet alleen ernstige gevolgen voor Hongaarse burgers, maar ook voor de inwoners van andere landen die het voorbeeld van Hongarije lijken te volgen, zoals Polen en Roemenië.

Partijpolitiek boven democratische waarden

Vanwaar het gebrek aan daadkracht? Het onderliggende probleem is dat politici liever wegkijken dan hun collega’s confronteren, wanneer de rechtsstaat met voeten wordt getreden. De rechtsstaat heeft het te lang afgelegd tegen partijpolitiek. Dat wordt zichtbaar in het feit dat de Commissie wél tot actie overging toen de situatie in Polen verslechterde. De 28 Eurocommissarissen zijn in grote meerderheid lid van de twee grootste Europese politieke families: de Europese christendemocratie waartoe het CDA, en nog steeds de partij van Orbán, Fidesz, behoort (EVP), en de sociaal-democraten waartoe de PvdA, en de Roemeense regeringspartij PSD, behoort (PES). De Poolse regeringspartij zit in een andere politieke familie.

De tweederde meerderheid voor mijn rapport was dan ook alleen mogelijk dankzij een doorbraak. Een deel van de christendemocratische parlementsleden doorbrak eindelijk het taboe om een eigen ‘familielid’ terecht te wijzen. Gedwongen tussen een keuze voor loyaliteit aan Orbán of aan de fundamenten van de Unie, kozen zij in meerderheid voor het laatste.

Het is nog steeds wachten op eenzelfde doorbraak in de Raad van Ministers waar de 28 lidstaten zich verenigen. Zij zijn aan zet om Hongarije te helpen terug te keren naar een gezonde democratische rechtsstaat. De opeenvolgende roulerende voorzitters van de EU, Oostenrijk in de laatste helft van 2018 en Roemenië tot aan de zomer, hebben bijgedragen aan de lakse houding van de Raad. De Oostenrijkse regering, een coalitie van christendemocraten en de extreem-rechtse FPÖ, en de sociaal-democratisch-liberale Roemeense regering hebben sympathie voor Orbán. De hoop is nu gevestigd op het Finse voorzitterschap in de tweede helft van dit jaar.

Het probleem is dat EU-landen toevlucht zoeken in een procedurele en detaillistische aanpak van overtredingen van EU-recht, om zo geen oordeel te hoeven vellen over het totaalbeeld van afglijdende rechtsstaten. Op voorstel van België wordt er gewerkt aan een jaarlijkse rechtsstaat-check, dat moeten onderlinge controles worden door EU-lidstaten. Maar die vinden achter gesloten deuren plaats en de resultaten worden niet openbaar gemaakt. Ik acht het onwaarschijnlijk dat Orbán zich van zo’n geheime visitatie iets aantrekt.

Druk uitoefenen

Uiteindelijk is er politieke moed nodig om lidstaten voor het blok te zetten en positie te kiezen. Dat betekent dat het Finse voorzitterschap of andere voortrekkers het initiatief moeten nemen om verder te gaan dan procedurele en juridische oefeningen die lidstaten van een excuus voorzien om om de hete brij heen te draaien. Zoals een stemming in het Europees Parlement de christendemocratische familie dwong om positie in te nemen, is het ook in de Raad tijd om rode lijnen te trekken.

De politieke druk om deze moeilijke stap te zetten moet zo hoog mogelijk worden. Daarom is ook de samenstelling van het nieuwe Europese Parlement cruciaal. Een parlement gevuld met meelopers van Orbán en Salvini is het ultieme cadeau voor regeringsleiders die lastige besluiten willen vermijden. Een Parlement dat via haar begrotingsrecht en wetgevingsmacht zo veel mogelijk druk blijft zetten op respect voor de uitgangspunten van het EU-verdrag, kan wellicht een doorbraak forceren. Ook voor de toekomst van de rechtsstaat doet uw stem er dus toe op 23 mei.

In september vorig jaar haalde GroenLinks-Europarlementariër Judith Sargentini de voorpagina’s, toen een tweederde meerderheid van het Europees Parlement instemde met haar rapport over de „systematische bedreiging” van de rechtsstaat in Hongarije. Het Parlement riep de Europese Raad op een strafprocedure (‘Artikel 7’) tegen Hongarije te starten.

Judith Sargentini is Europarlementariër (GroenLinks) en niet herkiesbaar. Dit is een ingekorte versie van de Europalezing die ze 9 mei aan de Universiteit Leiden hield.

Dans les pas d’une eurodéputée: à Bruxelles avec Judith Sargentini, ou l’Europe à grande vitesse

Publié le 15 avril 2019 à 13h01 – Mis à jour le 15 avril 2019 à 16h05 Par Allan Kaval.

« Le Monde » a pu suivre la députée verte néerlandaise, célèbre pour sa défense de l’Etat de droit, qui termine son mandat entre frénésie des dernières semaines parlementaires et inquiétudes sur le devenir de l’Union.

La députée européenne Judith Sargentini dans le métro sur son chemin pour le Parlement Européen, le 1er avril.

Les semaines bruxelloises de l’eurodéputée écologiste néerlandaise Judith Sargentini commencent toujours à grande vitesse, dans un Thalys lancé depuis Amsterdam à travers les étendues sans frontière de la plaine de Flandre. « J’y lis le journal, je regarde par la fenêtre… C’est un peu mon seul moment de répit avant la tempête », confie-t-elle. Car dès qu’elle pose le pied sur le quai de la gare de Bruxelles-Midi, comme en ce lundi 1er avril en fin de matinée, Mme Sargentini débute un marathon qui durera jusqu’au jeudi soir suivant. Un quotidien fait de luttes d’influences entre institutions européennes, de rapports de force et de négociations serrées en commission, rythmé par des marches rapides à travers le labyrinthe de moquettes bleues, tirant sur le gris, du Parlement.

En signant en 2018 un rapport accablant sur les violations de l’Etat de droit dans la Hongrie de Viktor Orban, Judith Sargentini, alors peu connue dans son pays d’origine, a acquis une notoriété qui s’étend désormais au-delà des façades vitrées du quartier européen de Bruxelles. Le premier ministre populiste et autoritaire au pouvoir à Budapest a fait de l’eurodéputée de 45 ans l’une de ses bêtes noires. Mais après dix années au Parlement, consacrées pour l’essentiel à la défense de l’Etat de droit et aux questions migratoires, cette figure des Verts européens, qui laisse à ses collègues les questions environnementales, ne briguera pas de nouveau mandat. « Je n’aurais aucun problème à me faire réélire, ma lutte contre Orban m’a fait connaître, estime-t-elle. Mais j’ai envie de passer à autre chose, il faut laisser la place à des esprits frais, à des regards nouveaux ! »

La députée européenne Judith Sargentini dans le métro sur son chemin pour le Parlement Européen, le 1er avril. LUCAS BARIOULET POUR « LE MONDE »

Rapports de force entre Etats-membres et Parlement

Pas question toutefois pour Mme Sargentini de ralentir le rythme à l’approche de la fin de son mandat, et à quelques semaines des élections européennes. Après une courte traversée de Bruxelles en métro – « pour éviter les bouchons et parce que c’est quand même plus écologique que les voitures de fonction ! » – et un bref repas avec ses collaborateurs à la cantine du Parlement, l’eurodéputée, toujours habillée de vert dans l’exercice de ses fonctions, élabore avec assistantes et conseillères le plan de bataille des jours à venir. Au mur de son bureau, la « une » encadrée du quotidien social-démocrate néerlandais De Volkskrant du 12 septembre 2018, souvenir d’une victoire qui commence tout juste à jaunir. Elle y apparaît en photo dans l’hémicycle, émue au milieu de ses collègues. Son rapport sur la Hongrie, ouvrant la voie à des sanctions, vient alors d’être voté.

Autour de la table, les rapports de force entre les Etats-membres, dont le Conseil européen défend les intérêts, et le Parlement, censé représenter tous les citoyens de l’Union, occupent une bonne part de la conversation. Mme Sargentini est négociatrice en chef d’un dossier sensible, pour lequel le Parlement et le Conseil campent sur des positions diamétralement opposées : la nomination, éminemment politique, d’un futur procureur européen, qui sera chargé des enquêtes pour fraudes aux fonds de l’Union dans vingt-deux pays membres de l’UE, adhérents à cette nouvelle instance.

La députée européenne Judith Sargentini discute avec ses conseillers dans son bureau du Parlement Européen, le 1er avril.

La députée européenne Judith Sargentini discute avec ses conseillers dans son bureau du Parlement Européen, le 1er avril. LUCAS BARIOULET POUR « LE MONDE »

Nomination très politique à la tête du futur parquet européen

« La candidate que je défends, Laura Codruta Kövesi, procureure générale de Roumanie, est une figure de la lutte anticorruption dans son pays. Elle est la candidate du Parlement européen : non seulement elle est compétente, mais sa nomination serait un symbole fort face aux gouvernements qui, à l’est de l’Europe, sont tentés de transiger avec l’Etat de droit », explique Mme Sargentini. Le Conseil défend lui la candidature d’un Français, Jean-François Bohnert, procureur général de Reims.

Lire l’analyse :L’UE incapable de s’entendre sur le nom de son futur procureur européen

« Elle a envoyé derrière les barreaux des gens qui avaient eux-mêmes détourné des fonds européens »

Début avril, Mme Kövesi a été placée quelques jours sous contrôle judiciaire dans son pays, et interdite de quitter le territoire de la Roumanie« Nous y voyons la volonté de membres corrompus du gouvernement roumain d’empêcher sa nomination car elle a envoyé derrière les barreaux des gens qui avaient eux-mêmes détourné des fonds européens », poursuit l’eurodéputée :

« Nous allons continuer à soutenir Laura Codruta Kövesi, sinon ce serait se soumettre au chantage de la Roumanie. Paradoxalement, nous la défendons contre son propre gouvernement. » 

Bucarest détient la présidence tournante du Conseil jusqu’à la mi-2019. Pour tenter d’effriter la cohésion des Etats membres sur ce dossier, l’eurodéputée écologiste détaille sa stratégie à son équipe :

« D’abord, il faut parler avec notre représentation néerlandaise à Bruxelles, car je comprends que le gouvernement des Pays-Bas pourrait en définitive soutenir Kövesi. Il faut prendre langue avec les Finnois, car ils mènent les négociations et sont plutôt bien disposés. Enfin, il faut faire signe à nos collègues verts luxembourgeois dans la maison : les Verts ont des ministres au Luxembourg, ils peuvent peser sur la position de leur gouvernement. »

Dans le bureau de Mme Sargentini, la politique européenne s’apparente à un jeu d’échecs en trois dimensions, où entrent en ligne de compte les intérêts, tantôt convergents, tantôt opposés, des Etats-membres des différentes institutions de Bruxelles et des partis politiques représentés au Parlement au sein de groupes paneuropéens.

Directive « retour »

Une fois le dossier du parquet européen traité, la partie se poursuit. Sur un nouveau plateau. Pour sa deuxième réunion de la journée, l’eurodéputée reçoit l’Italienne Maria Giovanna Manieri, la conseillère du groupe des Verts européens sur les questions de libertés publiques. C’est l’autre sujet d’expertise de Mme Sargentini. Vice-présidente de la commission des libertés civiles, de la justice et des affaires intérieures, plus connue sous le sigle LIBE, elle y a obtenu d’être rapporteuse pour la refonte d’une directive baptisée « retour », censée encadrer le renvoi dans leur pays d’origine de personnes déboutées du droit d’asile en territoire européen.

La députée européenne Judith Sargentini discute avec une de ses conseillère lors d'une séance à la commission des libertés civiles, de la justice et des affaires intérieures (LIBE) au Parlement Européen à Bruxelles, le 2 avril.

La députée européenne Judith Sargentini discute avec une de ses conseillère lors d’une séance à la commission des libertés civiles, de la justice et des affaires intérieures (LIBE) au Parlement Européen à Bruxelles, le 2 avril. LUCAS BARIOULET POUR « LE MONDE »

Son but, en tant qu’eurodéputée des Verts partisane d’une politique migratoire« responsable mais conforme aux valeurs fondatrices de l’Union », est d’en modifier certaines dispositions. Et pour cela, en tant que rapporteuse, elle a besoin de construire, article par article, alinéa par alinéa, une majorité avec les autres groupes politiques représentés au sein de la commission LIBE. Chacun dispose d’un « rapporteur fictif », avec qui elle peut négocier.

Lire :L’immigration, un sujet d’inquiétude parmi d’autres pour les Européens

« Il faut comprendre les intérêts de chaque parlementaire »

Avec Mme Manieri et sa propre conseillère politique, Nusrut Nisa Bahadur, l’eurodéputée passe en revue le texte et identifie les compromis qui peuvent être trouvés. « Il faut comprendre les intérêts de chaque parlementaire, en fonction de son groupe et de sa nationalité. Pour cela, il faut comprendre quelles sont les lignes rouges des uns et des autres. Ils ne les dévoilent pas eux-mêmes, c’est à nous de les trouver », résume Mme Sargentini.

Judith Sargentini discute dans l'ascenseur dans les locaux du Parlement Européen à Bruxelles.

Judith Sargentini discute dans l’ascenseur dans les locaux du Parlement Européen à Bruxelles. LUCAS BARIOULET POUR « LE MONDE »

Entre relations personnelles tissées dans les murs du Parlement, échanges de tuyaux dans la « bulle » bruxelloise, qui s’étend au-delà des bâtiments officiels pour se prolonger en marge des divers événements vespéraux organisés dans les représentations diplomatiques, conversations furtives entre deux réunions et discussions techniques par messages WhatsApp, Mme Bahadur, notamment, s’efforce de dresser une cartographie complexe du champ de bataille législatif. Un travail qui est à la base de toute négociation et peut donner lieu, ponctuellement, à des convergences inattendues, y compris avec des partis d’extrême droite, comme sur la directive « retour ».

« Une des dispositions pourrait obliger des pays qui se trouvent sur les routes de migrations, comme l’Italie, à financer des détentions de migrants, tandis qu’une autre directive proposée par la Commission prévoit qu’un demandeur d’asile soit détenu le temps de sa demande, explique Mme Sargentini. Cela conduirait à la détention de très nombreuses personnes – et cela coûterait très cher aux pays du sud de l’Europe. Sur ce cas précis, on peut se mettre d’accord avec des partis comme la Ligue (extrême droite italienne) pour amender une telle disposition, même si nos visions globales du dossier sont antagonistes. »

Un travail de fourmi

Entre deux réunions, Judith Sargentini a encore discuté de la directive « retour » lors d’un déjeuner avec une délégation parlementaire de l’OSCE (Organisation pour la sécurité et la coopération en Europe), mardi midi. C’était dans une salle à manger obscure, sous les combles du Parlement fédéral belge.

« Cela aura au moins été l’occasion de dire un mot à un parlementaire chypriote sur la situation d’un réfugié syrien détenu injustement par la justice hongroise alors qu’il est résident légal sur l’île. Un devoir moral. »

La ruche du Parlement et les manœuvres permanentes qui s’y trament vont lui manquer

Elle revient à pied de son déjeuner à travers le grand parc de Bruxelles. Après la fin de son mandat, la quadragénaire en convient : la ruche du Parlement et les manœuvres permanentes qui s’y trament vont lui manquer, tout comme l’influence attachée à sa fonction, qu’elle considère comme bien plus grande que celle d’un parlementaire national. Mais le constat qu’elle dresse du fonctionnement des institutions européennes est sombre. « Les Etats-membres manquent d’une vision vraiment européenne, et le travail du Parlement risque d’être compromis par l’interférence des intérêts nationaux, qui ne sont pas forcément les intérêts des citoyens européens », juge-t-elle.

Judith Sargentini traverse le parc de Bruxelles sur son chemin pour le Parlement européen.

Judith Sargentini traverse le parc de Bruxelles sur son chemin pour le Parlement européen. LUCAS BARIOULET POUR « LE MONDE »

Six mois après avoir été voté, son rapport sur la Hongrie n’a rien donné de concret. Aucune sanction n’a été prise contre Budapest. « Cela peut être décourageant. Les capacités de l’Union à défendre les droits des citoyens dépendent toujours du bon vouloir des Etats, qui ne montrent pas la même unité quand ils négocient le Brexit que lorsqu’il s’agit de mettre des limites à M. Orban », regrette-t-elle :

« Malgré tout, nous avons réussi à montrer que le Parlement avait fait sa part. J’ai toujours pensé qu’au bout de tout ce travail de fourmi, il y avait de vrais changements qui pouvaient se faire sentir dans la vie des gens. » 

Dans les méandres feutrés du Parlement, sous ses verrières ou dans le souffle sec de sa climatisation, Judith Sargentini continuera de voir s’y jouer, derrière les échafaudages complexes des réunions techniques et des conciliabules législatifs, l’histoire en marche du continent. Avant de reprendre le Thalys, direction Amsterdam.

The 40 MEPs who mattered in 2014-2019. Who were the key players in Brussels and Strasbourg?

Politico Europe, Ryan Heath, April 11, 2019.

Nr 4, Judith Sargentini.

Judith Sargentini

THE NETHERLANDS

Sargentini is indelibly linked to efforts to stop Hungary sliding into right-wing authoritarianism. The Dutch Green MEP fought against the odds to condemn Hungarian Prime Minister Viktor Orbán for violations of core EU values, convincing a two-thirds majority in Parliament to denounce Orbán’s government in September 2018, on the back of a report bearing her name. Among those forced to concede ground was Manfred Weber, the leader of the biggest political group in the Parliament and now candidate for European Commission president.

Return to the full listing of the 40 MEPs who mattered in 2014-2019.

‘Europa heeft migranten nodig op de arbeidsmarkt’

De Helling, wetenschappelijk tijdschrift GroenLinks. Door Suzanne van den Eynden, 26 maart 2019.

Interview Judith Sargentini en Tineke Strik

Beiden zijn zeer succesvolle politici in relatief onzichtbare instituties, beiden zetten zich met hart en ziel in voor een humaner asiel- en migratiebeleid, en beiden zwaaien de komende maanden af: Judith Sargentini als Europarlementariër en Tineke Strik als fractievoorzitter van GroenLinks in de Eerste Kamer. Alleen wacht Strik direct een nieuw politiek avontuur: ze volgt Sargentini op als nummer twee op de lijst voor het Europees Parlement. In het Amsterdamse filmtheater EYE blikken Strik en Sargentini op verzoek van de Helling terug én vooruit.

De Eerste Kamer lijkt steeds politieker van aard te worden. Jesse Klaver windt er geen doekjes om: GroenLinks is er straks, als de coalitie geen meerderheid meer heeft in de Eerste Kamer, niet om de coalitie aan een meerderheid te helpen; de coalitie is er om óns aan een meerderheid te helpen. Ook de keuze van de ervaren politicus Paul Rosenmöller als fractievoorzitter is in dat opzicht veelzeggend. Tineke, herken jij die verschuiving en hoe kijk je hier tegenaan?
Strik: “Ik heb de Eerste Kamer altijd als politiek ervaren, alleen valt dit minder op wanneer de coalitie een meerderheid heeft. Tijdens het kabinet-Balkenende IV, mijn eerste termijn, steunden de coalitiepartijen de Tweede Kamerbesluiten haast per definitie. Maar toen stapte de PvdA uit het kabinet en ontstond er ineens een heel andere dynamiek. Er was veel meer ruimte om op basis van inhoudelijke argumenten te discussiëren over besluiten en om coalities te vormen. Dat vond ik een stuk aantrekkelijker. Als de coalitie na de komende verkiezingen geen meerderheid meer heeft, verwacht ik dat het Eerste Kamerwerk politiek spannender maar ook inhoudelijk interessanter zal worden. De Tweede Kamer moet rekening houden met de politici aan de overzijde van het Binnenhof.”
Sargentini: “Ik hoop dat de Tweede Kamer zelf ook wat scherper gaat zijn op wetgeving, als het niet meer vanzelfsprekend is dat de coalitie een wet door de Eerste Kamer krijgt.”
Strik: “De Tweede Kamer zal zich beter realiseren dat ze ons nodig heeft. De oppositie heeft dan meer ruimte om amendementen in te dienen die de coalitie zal moeten steunen, wil ze steun van de Eerste Kamer krijgen.”

Gaat meer politieke spanning in de Eerste Kamer niet ten koste van haar primaire taak – het toetsen van wetten?
Strik: “Binnen de fractie hebben we wel besproken of we de uitspraak van Jesse nu de juiste framing vonden van het Eerste Kamerwerk. Maar wat hij bedoelt, is:  We gaan natuurlijk niet instemmen met matige of slechte wetten omdat de coalitie ons in andere voorstellen steunt. We zijn geen gedoogpartij. We zijn er niet op uit om de coalitie pootje te lichten, maar we steunen alleen goede voorstellen.  En om een constructieve samenwerking mogelijk te maken, zal  het kabinet ook echt steun moeten verlenen aan onze eigen voorstellen.  Een kabinet dat in de minderheid is, zal zich meer rekenschap moeten geven van wat andere partijen willen.”

Scheidend Kamervoorzitter Ankie Broekers-Knol (VVD) onthulde onlangs in een interview dat ze wetten heeft laten passeren waar nogal wat op aan te merken was, uit loyaliteit aan de coalitie. Herken je dit?
Strik: “Dat herken ik heel goed. Ik zag soms ook wel de pijn bij senatoren van coalitiepartijen. Ik zou het een blamage vinden als ik zelf in de coalitie zat en we ons daartoe zouden verlagen. Je bent dan je eigen rol als Eerste Kamerfractie volledig aan het verloochenen. Zelf hebben we alleen nooit in die positie gezeten, en je kunt er nooit zeker van zijn of GroenLinks zoiets niet ook kan overkomen.
We hebben overigens wel moeilijke momenten meegemaakt als Eerste Kamerfractie. In aanloop naar het zogeheten Lenteakkoord van 2012 was te voortvarend onderhandeld zonder de Eerste Kamer te consulteren. Daardoor werden wij onder druk gezet om een plotselinge verhoging van de AOW-leeftijd te steunen, die door gebrek aan een overgangsregeling grote gevolgen had voor het inkomen van mensen. De Tweede Kamerfractie was toen te eager om een akkoord te sluiten en heeft ons onvoldoende geconsulteerd. Dat is een leerpunt geweest. Sindsdien gaat het veel beter en hebben we altijd prima samengewerkt met de Tweede Kamerfractie.”

Voor GroenLinks is de Eerste Kamer niet heilig. In het verkiezingsprogramma staat dat ze afgeschaft kan worden zodra er een vervangend orgaan is dat een constitutionele toets uitvoert.
Strik: “Een constitutionele toets is een toets achteraf, over de toepassing van de wet – dus nadat het besluit is genomen. Wat mij betreft, blijft daarnaast nog steeds de Eerste Kamer bestaan die wetsvoorstellen vooraf toetst, overigens wel met het politieke primaat bij de rechtstreeks gekozen Tweede Kamer.
Ik voel wel voor het terugzendrecht zoals de commissie-Remkes onlangs voorstelde, dus dat de Eerste Kamer tegen de Tweede kan zeggen: wat ons betreft mankeert het hier en hier aan, pas als dat is aangepast kunnen we met het voorstel instemmen. In het voorstel van Remkes zou dit terugzendrecht echter ten koste gaan van het vetorecht. Dat is wel een risico, maar ik verwacht dat de Eerste Kamer snel ophoudt met terugzenden – en dus wetsvoorstellen zal afwijzen – als de Tweede Kamer de aanbevelingen niet opvolgt. Dat lijkt me een effectief drukmiddel.”

Judith, over je aanstaande vertrek zei je in een interview in Trouw: Ik heb mooie dingen bereikt, maar vooral op het onderwerp asiel en migratie is de motivatie aan het verdwijnen. Ik verwacht daar geen verbeteringen meer. Dus moet iemand anders het maar proberen.” Voor iemand die zoveel heeft bereikt in het Europees Parlement, vind ik dat een opmerkelijke uitspraak.
Sargentini: “Op andere onderwerpen heb ik wat bereikt ja, maar op migratie en asiel ben ik al jaren alleen maar bezig te voorkomen dat het beleid erger wordt. Want het wórdt erger. Wat ik aan resultaten boek, is zo marginaal. Toch nog maar nét weten te regelen dat er aparte aandacht komt voor vluchtelingenkinderen, om maar wat te noemen. Dat is voor mij niet voldoende, en ik merkte dat ik steeds vaker ging denken: dit hebben we al geprobeerd, dit werkt toch niet, hier heb ik al tig schriftelijke vragen over ingediend. En als je dat gaat denken, is het misschien tijd voor een andere, frissere blik. Ik heb expres mijn vertrek aangekondigd vóór de stemming over mijn rapport over de rechtsstaat in Hongarije. Toen ging de kandidaatstelling open, en ik denk niet dat Tineke zich kandidaat had gesteld als ik door was gegaan.”
Strik: “Dat was inderdaad niet bij me opgekomen.”
Sargentini: “Ik ben overigens ontzettend blij dat ik die Hongarije-stemming heb gehaald. Het is heel bijzonder om te zien hoe mensen mij ineens anders gingen bejegenen toen ik het parlement had overtuigd om de procedure in werking te zetten die kan leiden tot sancties tegen de regering-Orbán wegens ondermijning van de rechtsstaat. Ineens word ik gezien als een soort elder statesman, zowel binnen als buiten het parlement. Dat is natuurlijk erg leuk, en het motiveert zeker, maar het heeft bij mij niet gezorgd voor nieuwe energie om me nog eens vijf jaar lang in te zetten voor onderwerpen waarop ik geen verbetering zie. Bovendien zegt niemand nu tegen me: nou, jij zwaait geen dag te vroeg af. Een Duitse Europarlementariër van de CDU zit vanaf 1980 in het Europarlement, en wordt nu waarschijnlijk niet opnieuw voorgedragen. Hij is daar heel kwaad en verdrietig over. Een dergelijk lot moet je jezelf besparen.”

Is een doorbraak zoals je met je Hongarije-rapport voor elkaar hebt gekregen, niet denkbaar op migratie?
Sargentini: “Absoluut niet. Grondrechten van Europeanen, waar het Hongarije-onderzoek over ging, gaan de meeste Europarlementariërs meer aan het hart dan rechten van vreemdelingen. De verontwaardiging over het feit dat de mensenrechten in landen als Polen en Hongarije onder druk staan, is veel groter dan die over het lot van vluchtelingen, ook bij premiers en ministers van Binnenlandse Zaken. Waarschijnlijk omdat Polen en Hongaren meer voelen als ‘onze’ mensen, , hoewel dat ook wel eens vergeten wordt. Soms hoor ik suggesties als: dan stappen Polen en Hongarije toch uit de EU, en gaan we door met landen die zich wél aan de Europese waarden willen houden? Dat zou dus betekenen dat je tegen de Polen en Hongaren zegt: zoek het maar uit met je verschrikkelijke regering, onze zorg is het niet. Maar in het algemeen voelen ze meer als ‘eigen’ dan vluchtelingen.”

Wanneer begon het sentiment in de EU ten aanzien van vluchtelingen en migranten te verslechteren?
Sargentini: “In 2010 brak de Arabische lente uit en het antwoord van de Europese Unie op de komst van veel Tunesische jonge mannen naar Italië was: dichtgooien die grenzen. We zagen mensen die zich bevrijdden van langdurige dictaturen in Egypte, Tunesië en Libië, en het enige waar wij nog over konden praten was: hoe houden we die migranten buiten? Ik was totaal verbijsterd door deze reactie. En nog schokkender vond ik dat Europa die dictaturen in Noord-Afrika nota bene altijd de hand boven het hoofd heeft gehouden. Mubarak en Ben Ali konden rekenen op de steun van Frankrijk, Khadaffi had dealtjes met Italië. Ik was geschokt over de hypocrisie hiervan. Nadat in Egypte bij de eerste vrije verkiezingen Morsi werd gekozen – een Moslimbroeder, uiteraard niet mijn vriend – werd deze al snel door middel van een coup afgezet. En de meeste Europese regeringsleiders vonden dat prima en hielpen vervolgens president Sisi in het zadel: een Mubarak 2.0.”

Tineke, wat dacht jij toen je de uitspraak van Judith in Trouw las?
Strik (lacht): “Even dacht ik wel: waarom zou iemand nu nog gaan stemmen voor het Europees Parlement? Maar ik snap Judith ook hoor. Ik zie ook dat het met migratie de verkeerde kant op gaat. Eerst was nog het idee om het migratiebeleid te europeaniseren en daarbij het VN-vluchtelingenverdrag ruimhartig na te leven. Maar nu is het buiten de deur houden van mensen de enige prioriteit. En ik snap dat Judith het zat is om alleen maar bezig te zijn met het beperken van de schade voor vluchtelingen. Tegelijkertijd moet dat ook gebeuren. Wel  ben ik van plan om net als Judith ook andere onderwerpen op te pakken, niet alléén asiel en migratie.”
Sargentini: “Dat zou ik je ook zeker aanraden. Twee keer heb ik de wet witwassen behandeld, twee keer samen met een Letse christendemocraat die mijn co-rapporteur was. Toen hij in 2013 met mij werd opgezadeld, dacht hij volgens mij even: o mijn god, wat moet ik met haar? Maar we hebben elkaar leren kennen en heel goed samengewerkt. Deze week werd hij benoemd tot premier van Letland, en wat presenteerde hij als zijn eerste agendapunt: de bestrijding van witwassen!”
Strik: “Geweldig.”
Sargentini: “Dat is ook het ontzettend leuke aan het Europees Parlement: al die mensen die daar aanspoelen, een tijdje blijven en dan weer wegdrijven naar een andere interessante plek in Europa. Het is eigenlijk een soort Erasmus-uitwisselingsprogramma, maar dan voor politici. Eurosceptici komen binnen en verlaten het parlement een stuk minder sceptisch. En je leert zoveel mensen kennen die je daarna nog eens kunt bellen, omdat je ooit met ze hebt samengewerkt.”

Tineke, jij hebt in de Raad van Europa meerderheden achter rapporten over migratie kunnen krijgen. Waardoor lukte het daar beter om resultaten te boeken op migratie?
Tineke: “Het is makkelijker om in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa voor een rapport te stemmen dan binnen het Europees Parlement. Omdat er geen wetgeving uit voortvloeit is het vrijblijvender, het komt er vooral op aan wat landen er vervolgens mee doen in hun eigen parlement.
Een belangrijk rapport van mijn hand ging over een boot met 73 vluchtelingen uit Libië die twee weken op de Middellandse Zee heeft rondgedobberd. Schepen van lidstaten kwamen langs maar vertrokken weer. Van die groep zijn 62 mensen omgekomen van de honger en dorst, de rest werd totaal uitgeput teruggedreven naar de Libische kust en moest maandenlang herstellen. Ik heb toen onderzocht hoe het kwam dat geen enkel land die mensen oppikte. Conclusie was dat daar een groot eigenbelang bij zat: zodra je mensen redt van zee, ben je ook verantwoordelijk voor ze. En daar wilden lidstaten zich niet aan branden. Ik heb toen bij het Europees Parlement gepleit voor een Europees pact waarin die verantwoordelijkheid voor vluchtelingen op zee gezamenlijk werd geregeld, maar daar is toen niets mee gedaan. Vijf jaar en veel verdronken migranten later reageerde de Raad vooral met  Europese maatregelen die erop zijn gericht te voorkomen dat mensen naar Europa zouden komen. Met nauwelijks aandacht voor de verantwoordelijkheid die ook de EU zelf moet nemen. Dat was een enorme gemiste kans voor de EU.”
Sargentini: “Die beslissing was puur politiek, want de Europese Commissie, die die wetgeving uitvaardigt, bestaat voornamelijk uit christendemocratische commissarissen die niet de politieke wil  hebben om zich voor een humaner beleid in te zetten en zich daarin ook zeker niet gesteund voelden door de lidstaten. En laten we ook het Europees Parlement, dat bij de Commissie kan aandringen op wetgeving, vooral niet als progressieve kracht zien. De meerderheid is rechts, op dit moment.
Eén van mijn laatste acties, dat niet onder de categorie van ‘erger voorkomen’  valt, wordt overigens het amenderen van de Terugkeerrichtlijn voor vluchtelingen, waarover ik rapporteur ben. Daar maak je geen vrienden mee, maar ik durf het wel aan – beter ik dan dat een extreemrechtse parlementariër zich dit toe-eigent. De Commissie heeft een voorstel gedaan dat rammelt aan alle kanten. Vluchtelingen hebben in dit voorstel nauwelijks nog tijd om in beroep te gaan; ze hebben hun aanvraag voor een verblijfsvergunning nog niet ingediend of ze moeten alweer actief  meewerken aan hun terugkeer; als een vluchteling niet zijn best heeft gedaan om een paspoort te krijgen in het land waaruit hij gevlucht is, mag hij gevangen worden gezet; enzovoorts. Het is mesjogge.”

Hoe moet die Terugkeerrichtlijn er volgens jou uitzien?
Sargentini: “Ik wil laten zien dat terugkeer bij asiel en migratie hoort, maar dat dit wel op een menswaardige manier moet gebeuren. Daarom zet ik in op vrijwillige terugkeer van afgewezen asielzoekers en vreemdelingen zonder papieren.”
Strik: “Nederland heeft aangedrongen op die terugkeerrichtlijn en wil juist meer gronden voor detentie van vluchtelingen.”
Sargentini: “Die haal ik er allemaal uit.”
Strik: “Heel goed.”
Sargentini: “Er is geen enkel bewijs voor de veronderstelling dat mensen vanuit detentie makkelijker uit te zetten zijn. Als je mensen na twee of drie maanden nog steeds niet hebt kunnen uitzetten, kun je vergeten dat ze ooit nog vanuit gevangenschap weggaan. Vrijwillige terugkeer is zeker niet vrijblijvend, daarna volgt gedwongen terugkeer. Maar op vrijwillige terugkeer is veel meer kans als vluchtelingen in hun land van herkomst een re-integratietraject krijgen aangeboden zodat ze echt een nieuw leven kunnen opbouwen. Vreemdelingendetentie klinkt heel logisch: je kunt mensen niet uitzetten als je niet weet waar ze zijn, dus zet je ze gevangen, dan weet je waar ze zijn. Bovendien schrikt het vluchtelingen af. Maar terugkeer moet het eindproces zijn van een evenwichtig asiel- en migratiebeleid, inclusief legale toegang voor arbeidsmigranten. Van dat evenwichtige beleid is nu geen sprake. En dan zouden we ineens terugkeer moeten afdwingen? Voorop staat natuurlijk dat mensen die niets strafbaars hebben gedaan, niet moeten worden opgesloten. Maar daarnaast is het vrijwel onmogelijk iemand uit te zetten als hij of zij echt niet meewerkt.”
Strik: “Die focus op het tegenhouden van vluchtelingen leidt er weliswaar toe dat zij niet in Europa zijn, maar wel ergens anders – in transitlanden zoals Niger waar migranten in een uitzichtloze situatie leven. Een van mijn rapporten voor de Raad van Europa ging over migratiedeals en de gevolgen hiervan. Wat er door toedoen van ons migratiebeleid met mensen gebeurt, is ook onze verantwoordelijkheid.”
Sargentini: “Voor de korte termijn klinkt het misschien als een mooie oplossing dat mensen niet naar Europa komen, maar wat zijn de gevolgen over vijftien jaar als mensen zonder uitzicht op een toekomst in transitlanden bivakkeren?”
Strik: “Uiteindelijk krijg je de gevolgen weer op je brood. Daarnaast vraag ik me wat we nou waard zijn als EU als we onze fundamentele waarden zomaar verpatsen. Hoe kunnen wij Hongarije ervan beschuldigen de rechtsstatelijke beginselen te schenden als wij dat zelf ook doen?” 
Sargentini: “Die analyse deel ik. Maar wil ik meerderheden kunnen organiseren in het Europees Parlement, dan moet ik vooral laten zien dat migratiedeals gericht op het tegenhouden van vluchtelingen, averechts werken. In ruil voor financiële steun houden transitlanden nu vluchtelingen tegen. Er is niets op tegen om de economie van Niger of Senegal op te poetsen. Armoedebestrijding is het doel van ontwikkelingssamenwerking, maar denk niet dat economische groei tot minder migratie leidt:  hoe beter het gaat met een land, hoe méér mensen kunnen migreren.”

Judith, jij sprak net al over arbeidsmigratie als onderdeel van het migratiebeleid. GroenLinks wil arbeidsmigratie bevorderen, maar hoe regelen we dat zodanig dat we aansluiten bij de noden op de Europese arbeidsmarkt?
Sargentini: “Arbeidsmigratie moet per definitie aansluiten op de noden op de Europese arbeidsmarkt. Anders is het geen arbeidsmigratie.”
Strik: “De polarisatie in het migratiedebat belemmert de discussie over het feit dat we nu eenmaal meer mensen nodig hebben op de Europese arbeidsmarkt. Door het gesprek daarover uit de weg te gaan, stellen we onze economische toekomst in de waagschaal.”
Sargentini: “Een deel van de huidige vluchtelingenproblematiek wordt veroorzaakt door het feit dat we geen arbeidsmigratiebeleid hebben. Voor mensen die graag een kans zouden willen krijgen om in Europa te werken is er alleen de asielroute. Zolang we dit niet onder ogen willen zien, blijft het migratiedebat vastlopen op stellingen als ‘de mensen op vluchtelingenboten zijn gelukszoekers en geen echte vluchtelingen’. Juist doordat we geen andere toegangscriteria hebben georganiseerd, is het ondoenlijk om een onderscheid te maken tussen de verschillende mensen die naar Europa komen.
In Hongarije gingen mensen vorig jaar massaal de straat op uit protest tegen de ‘slavenwet’. Volgens die wet mogen werkgevers van werknemers verlangen dat zij 400 uur per jaar overwerken, om daar pas jaren later voor betaald te krijgen. Die wet is er gekomen omdat er een enorm tekort is aan arbeidskrachten. Hongaren trekken weg, niemand uit andere Europese landen wil in Hongarije werken, en Hongarije laat geen migranten toe.”

Hoeveel mensen moeten we dan toelaten? En hoe bepalen we dat aantal?
Sargentini: “We moeten niet in quota denken, maar in contracten met werkgevers. Als je een contract hebt bij een werkgever in de EU, mag je hier komen, of de EU kan mensen helpen een contract te krijgen.”
Strik: “Dat kunnen we allemaal regelen voordat mensen naar de EU komen. De vraag is of we dit voor de EU als geheel moeten regelen of per land. Lidstaten vinden het ook prettig om zelf controle te hebben over migratie.”
Sargentini: “Nu mogen werkgevers in de EU mensen buiten de EU werven als niemand in de gehele EU de betreffende vacature kan vervullen. Dat is natuurlijk een onmogelijke eis. Arbeidsmigratie mag nooit een manier worden om mensen binnen de EU eerder af te schrijven, maar het mag wel iets makkelijker worden voor een werkgever om te laten zien dat hij echt geprobeerd heeft EU-werknemers te vinden.”

Wat is er nodig om het huidige sentiment op het gebied van migratie te keren?
Sargentini: “Lef bij de middenpartijen. Radicaal rechts krijgt momenteel zo veel voor elkaar omdat de centrumdemocraten geen tegengas durven geven. Als staatssecretaris Harbers, nadat Nederland zes vluchtelingen van Malta heeft overgenomen, zegt dat bootvluchtelingen in de toekomst veel langer zullen ronddobberen omdat Nederland niet meer mee gaat helpen, zijn we een heel eind van huis.”
Strik: “Ik zie toch wel een lichtpuntje, namelijk arbeidsmigratie – hoe gek het ook klinkt. Door de vergrijzing hebben we nu eenmaal meer mensen nodig. Door de terughoudendheid van regeringen krijgen bedrijven nu geen kans om buiten de EU hun vacatures te vervullen. Europa ontkomt er op een gegeven moment niet aan dit onder ogen te zien. Landen als Zweden en Duitsland lopen daar nu in voorop.”

Judith, heb je nog een gouden tip voor Tineke wanneer ze straks in het Europees Parlement zit?
Strik: “Ja, kom op Judith!”
Sargentini: “Probeer de coördinator van je fractie te worden binnen een commissie. Je bent het meest effectief als parlementariër wanneer je zaken kunt agenderen en namens anderen kunt onderhandelen. En zet vanaf dag één de telefoonnummers van al je collega-parlementariërs in je telefoon. Veel zaken kunnen door je medewerkers worden afgehandeld, maar voor die ene kwestie die nú meteen moet worden opgepakt, moet je andere parlementariërs even kunnen appen. Ik heb dat pas laat ontdekt, want ik was niet zo van al dat telefoonverkeer. Maar zonder die contacten had ik het Hongarije-rapport niet voor elkaar gekregen. Daarvoor heb ik werkelijk ieder denkbaar contact aangeboord. Dat ging zo van: “Weet je nog, wij waren destijds samen op reis in Tsjaad… mag ik eens komen praten over Hongarije?”

CV Judith Sargentini

Geboren
13 maart 1974 in Amsterdam
Opleiding
Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam
Werk
Diverse functies bij NGO’s, oa , lobbyist bij het Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika (NiZA) en Africaconsultant bij de Europese alliantie van ontwikkelingssamenwerkingsorganisties Eurostep. Van 2002 tot 2009 raadslid en daarna fractievoorzitter voor GroenLinks in Amsterdam. Sinds 2009 lid van het Europees Parlement.

CV Tineke Strik

Geboren
28 september 1961 in Alphen (Gld)
Opleiding
Sociaal-cultureel werk bij de Sociale Academie in Eindhoven en internationaal publiek recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen (destijds Katholieke Universiteit Nijmegen). In 2011 promoveerde zij aan deze zelfde universiteit op een proefschrift over de totstandkoming en de nationale effecten van Europees asiel- en migratiebeleid.
Werk
Oa Tweede Kamerfractie GroenLinks en het Ministerie van Justitie. Van 2002 tot 2006 wethouder in Wageningen. Sinds 2007 lid van Eerste Kamer voor GroenLinks en woordvoerster Justitie, Asiel en Migratie, Europese Zaken en Buitenlandse Zaken. Daarnaast universitair hoofddocent migratierecht aan de Radboud Universiteit. Strik is de nummer 2 op de kandidatenlijst voor de verkiezingen van het Europees Parlement op 23 mei.

 Dit artikel staat in het lentenummer van tijdschrift de Helling. Altijd de nieuwste artikelen lezen? Sluit een abonnement af.

Jinek: Europarlementariërs Judith Sargentini en Kati Piri over hun werk voor de Unie

late night talkshow Jinek, 28 februari 2019

Kati Piri en Judith Sargentini

Judith Sargentini en Kati Piri zijn beiden lid van het Europees Parlement. Piri is al jaren een kritische volger van Turkije. Als rapporteur bezoekt ze regelmatig, onder goede beveiliging, het land. Sargentini rapporteerde over de ontluisterende staat van de democratie in Hongarije en wordt sindsdien door het Oost-Europese land gezien als een ‘staatsvijand’. De twee Europarlementariërs vertellen over hun werk en wat ze in Europa hebben bereikt.

“Ik ga niet naar Hongarije, want ik voel me niet veilig”, vertelt Judith Sargentini

Judith Sargentini en Kati Piri zijn beiden lid van het Europees Parlement. Piri is al jaren een kritische volger van Turkije. De twee Europarlementariërs vertellen over hun werk en wat ze in Europa hebben bereikt.

EU leaders must do more to save rule of law in Hungary, says MEP

The Guardian, 30 January 2019, Jennifer Rankin in Brussels

Judith Sargentini of Dutch Greens says situation has got worse since her report last year

The Hungarian prime minister, Viktor Orbán

The Hungarian prime minister, Viktor Orbán, has dismissed criticism by EU leaders. Photograph: Bernadett Szabó/Reuters

European Union leaders are failing to act despite the “worsening” outlook for the rule of law in Hungary, according to a leading MEP.

Judith Sargentini, a Dutch MEP whose report triggered the EU’s most serious disciplinary procedure against Hungary last September, called on the Council of EU member states to start “a real process” that would examine the rule of law in that country.

“Since the vote on my report in September things in Hungary actually only got worse,” said the Green MEP.

Since MEPs voted to trigger action from EU member states, she said the Central European University had moved to Vienna and the government had created a new court that will be subject to ministerial control.

She also listed the decision to award refugee status to a former Macedonian prime minister convicted of corruption, the “slave law” on overtime, which has brought Hungarians on to the streets, as well as the merger of 450 media outlets without authorities being able to make usual checks.

The MEP called on Romania, which is chairing the EU rotating presidency, to produce a timetable for examining the rule of law in Hungary, as she accused Budapest of stalling the process. “Hungarian citizens have the right for protection and have the right to know what you are planning to do.”

Frans Timmermans, the vice-president of the European commission, said he regretted that Sargentini had not been given a chance to present her analysis of threats to the rule of law in Hungary to EU ministers.

The European parliament voted to trigger the EU’s most serious disciplinary procedure against Hungary last September, a move that was supported by some MEPs in the centre-right European People’s party, the group that houses the ruling Fidesz party.

Although EU law requires member states to act, the procedure has languished and little progress is expected before European elections in May.

Hungary’s government refused to take part in the latest debate in Brussels, saying that the European institutions had been hijacked by “the political left and political liberals” for a political rally. Viktor Orbán’s spokesman, Zoltán Kovács, claimed that the rule of law procedure was a “political plot” linked to the philanthropist George Soros, the Hungarian-born billionaire philanthropist who is subject to relentless attack by the Hungarian government.

The government also singled out Timmermans, describing the Dutch EU commissioner as “an arm of these leftist liberal Soros-related organisations”.

Timmermans, who is seeking to become the next commission president, rejected attempts to portray him as pursuing his own agenda. “In my work on the rule of law I have the full support of the president of the commission and all of the other members,” he told journalists. “I would be more worried if Viktor Orbán started praising me frankly,” in remarks that highlight the depth of tensions between Brussels and Budapest.

During the debate on Wednesday evening Hungary’s government received support from conservative MPs, including members of the group created by David Cameron, once he took the Tories out of the moderate centre-right European People’s party. One Polish MEP, who sits with the British Conservatives, said the “European establishment” had been attacking “people you want to get rid of” ever since the moves to isolate the far-right Austrian leader Jörg Haider.

Responding to such points, Timmermans said democracy was always invoked as justification for not complying with EU legislation. Hungary had made the “wonderful” and “sovereign choice” to become a member of the EU. “If you choose to become member of a treaty-based organisation, like the European Union, you by that choice say you will follow the rules of that treaty.”

The debate came one day after new research from Transparency International showed that Hungary was deemed to have become more corrupt since Orbán returned to office in 2010. According to Transparency international’s latest corruption perceptions index, Hungary has fallen nine points in the rankings since 2012 to a level that suggests “serious problems with corruption”.

Kovács dismissed suggestions that Hungary had questions to answer about alleged misuse of EU funds by Orbán’s friends and families. Kovács said it was “a very nice political agenda” for critics, but insisted Hungary obeyed all EU rules.